In gesprek met Ali, Koerd en christen

Geplaatst op: 28 januari 2020

In oktober 2019 organiseerde Evangelie & Moslims weer de najaarsconferentie voor de Turkse christenen, waarvan de meesten van moslimachtergrond zijn. Tijdens de conferentie spraken we onder andere met Ali. Hij is Koerd en kwam 27 jaar geleden met vrouw en twee kinderen naar Nederland. Daarna werden nog twee kinderen geboren. De jongste is nu 23 jaar. Hij lacht: “Ik ben al lang opa!”

Hoe ben jij op het spoor van Jezus gekomen?

“Allereerst, er zijn nog altijd hele oude sporen van het christelijk geloof in onze cultuur! Ik weet zeker dat mijn voorouders christenen waren, en er waren natuurlijk vanaf het begin veel kerken in die omgeving, toen de islam nog niet bestond. Bij de Alevieten bijvoorbeeld (dat is mijn afkomst) is er een gewoonte van brood delen met elkaar. Het is een religieus ritueel, maar ze kennen de betekenis er niet meer van. Nou, dat komt vast en zeker uit de Bijbel.

Vijfentwintig jaar geleden kreeg ik in Rotterdam op straat een meertalig foldertje van een vrouw. Ik las in het Turkse gedeelte dat je een Bijbel kon bestellen. Ik ben van nature erg nieuwsgierig en ik vond het interessant, dus dat heb ik gedaan. Een week later kwam er inderdaad een Bijbel met de post. Ik begon met het Nieuwe Testament en kwam al snel bij het vijfde hoofdstuk van Matteüs, de Bergrede. Dat raakte mij heel diep. Toen heb ik het Nieuwe Testament meteen helemaal uitgelezen, en ik wist toen dat ik de levende God had leren kennen. Ik wist het zeker: dit is waar.”

Bijbelstudie

“Het was eerst wel moeilijk om oude banden en activiteiten waar ik bij betrokken was los te laten, maar dat is gelukt. Ik heb ook hulp gevraagd aan de mensen van die folder, en toen is er iemand van hun bij mij gekomen om regelmatig Bijbelstudie te doen, wel een paar jaar lang. Met die man heb ik de hele Bijbel gelezen. Hij was een Nederlandse christen maar hij sprak Turks.

In mijn gezin is het daarna wel eens moeilijk geweest. Al mijn kinderen zijn in de kerk opgevoed. De oudste werd gedoopt, de anderen opgedragen. Maar toen ze 14 of 15 jaar waren wilden ze niet meer mee naar de kerk. Zo gaat het vaak ook in Nederlandse gezinnen. Ik kan het niet opdringen of verplichten. Ze geloven wel, maar ze gaan niet naar de kerk. Ik moet het nu loslaten.”

Hoe vind je deze conferentie?

“Heel fijn. Ik vind het ook belangrijk om nieuwe mensen te ontmoeten, en om die te steunen en te bemoedigen als ik kan. Ik ben al een dagje ouder, dat helpt dan soms ook.”

Wie is God voor jou?

“Hij is mijn schepper en mijn hemelse vader. Zonder God ben je niks, je leeft een tijdje op aarde en dan niks meer. Maar nu heb ik eeuwig leven, bij de Vader! Dat besef heeft mijn leven zo veranderd. Problemen zijn er altijd. We leven in een ellendige wereld. Als er naast je mensen worden vermoord, en je zegt ‘ik heb geen problemen’, dat is niet waar! Maar ik ga anders met problemen om. Ik ga niet schieten, maar ik schiet met gebed en met woorden van Jezus.”